2: door

Door: de gang door. Golven slaan over me heen, donkere golven, lichtgolven, hittegolven, pijngolven. Mijn evenwicht is weg, mijn armen en benen willen niet. In die golven die over me heen slaan kan ik mijn geest focussen op 'laten gaan', op weten dat ik hier dóór kom al lijkt dat niet zo. Bewustzijn van meer, van kracht buiten mij, en verbondenheid daarmee. Dat is het licht, de open deur aan het eind. Al heb ik geen idee hoe en wanneer ik daar kom.