Zoveel manieren om een kruis af te beelden, zoveel materialen om het vorm te geven, zoveel kunstenaars die het beeld uitwerken.

En wanneer ik ermee aan de gang ga, kijk ik toch opnieuw naar wat het mij zegt, wat ik ervan af wil beelden, door wil geven. Het kruis is belangrijk, omdat het belofte is en toekomst voor wie het in het leven niet op eigen kracht redt.

 

Het kruis is voor mij opening, geeft ruimte.

 

Dit kruis, hier in dit stiltecentrum,

laat die opening zien, het kruis is weg,

je ziet alleen nog de contouren.

En waar het kruis was is nu het licht zichtbaar, want het centrum van het kruis is een gouden zon, een cirkel: opening naar God.

De lijnen van de kruiscontouren strekken zich uit:

de linker lijn naar beneden strekt zich zo ver mogelijk uit naar de aarde,

De twee bovenste horizontale lijnen strekken zich zegenend uit.

de horizontale lijn rechtsboven strekt zich nog verder -

naar het raam, naar buiten, naar de wereld

de verticale lijn rechtsboven strekt zich naar het licht dat door het

dakraam naar binnen valt

geen lijn is hetzelfde, de duiding van het kruis is vol leven.

 

Beweging: van mens naar God, van God naar mens, van mens naar mens.

 

Daarom gebruik ik voor de contouren koper - het materiaal voor het aardse, het menselijke. Het koper is door het vuur zwart verbrand - ik heb er met een brander zelfs randen van weggesmolten. Het is gehamerd - omdat mensen zo vaak murw gebeukt zijn. Geschuurd, gekrast en gekreukt - letterlijk. En dat kwetsbare, gekwetste koper maakt zichtbaar waar het kruis was, waar het licht zichtbaar wordt

 

Vaak wordt goud gebruikt om God uit te beelden - omdat het niet zwart wordt maar blijft stralen, licht lijkt te geven in een warme gloed. Het doet denken aan kracht en warmte.

Bij een beeld voor God wordt gezocht naar het volmaakte, het doorgaande.

Zo wordt daar vaak een cirkel voor gebruikt.

En zo krijg je een vorm als een stralende zon, een gouden cirkel.

 

Reikend, openend. Kwetsbaar, gekwetst. Zegenend, ontvangend.